Categorie: Blog

Mogen we snurkapps zomaar geloven? “Deze app is gratis en vrij betrouwbaar. Maar verwacht nooit een diagnose”

Je partner geeft aan dat je ’s nachts hebt gesnurkt. Een snurkapp op je smartphone daarentegen brengt volledige nachten in kaart en detecteert patronen. Mag je de uitkomst zomaar vertrouwen?

Hanne Vandenweghe

Van ‘SnoreLab’ en ‘SnoreClock’ tot ‘Do I snore or grind’ en ‘Goodsomnia’: het aantal apps – met of zonder wearable – die snurkgedrag detecteren is niet op één hand te tellen. De hoofddoelen van elke toepassing? Checken of je snurkt, hoe vaak je het doet, hoe luid en of er een onderliggend probleem kan zijn. ’s Morgens wordt de gebruiker wakker met een snurkscore die de nacht in een grafiek giet. Is meten in dit geval ook weten? Zijn de gegevens wel echt betrouwbaar en wat heb je aan zo’n snurkrapport?

“We hebben enkele jaren geleden verschillende apps vergeleken met een klassiek slaaponderzoek. Daaruit bleek dat de toepassingen wel degelijk in staat zijn om gesnurk te detecteren. Het hangt er wel van af waar je de drempel legt en hoe gevoelig de app is. Sommige apps registreren ook trillingen. Daarvoor moet de gsm weg van je nachtkast en op je matras, wat je partner mogelijk hindert” zegt slaaparts prof. Johan Verbraecken coördinator van het UZA-slaapcentrum.

Valkuilen

“Een snurkapp werkt via geluidsregistratie. Het positieve is dat microfoontjes van huidige telefoons al heel goed zijn”, zegt prof. dr. dent Miche De Meyer. “Achter die apps zit software met bepaalde algoritmes, maar die worden niet overal vergeleken met een gewone slaapstudie waarin álle ijkingen zitten verweven. Geluid is in principe makkelijk op te nemen, al is het specifiëren naar welk soort geluid moeilijk. Snurkgeluiden hebben te maken met volume en frequentie en zijn wetenschappelijk nog niet goed gedefinieerd.” Stel: het is een zwoele zomernacht, de ventilator zoeft naast je bed en kan door de app misschien fout worden geïnterpreteerd. En wat als niet jij, maar je verkouden partner die doorgaans geruisloos slaapt, plots begint mee te snurken?

“Een valkuil van apps is dat sommige werken met een vragenlijst voor de snurker, maar die hoort zichzelf natuurlijk niet. Weinig vragenlijsten richten zich op de bedpartner”
Prof. Dr. dent. Miche De Mever

“Mensen die zo’n app willen gebruiken, voldoen best aan enkele gebruiksvoorwaarden. Ga in een geluidsarme kamer liggen zonder partner om zoveel mogelijk ander lawaai te elimineren, Ook in een ander bed liggen, is zinvol”, aldus De Meyer. “Een andere valkuil van apps is dat sommige werken met een vragenlijst voor de snurker, maar die hoort zichzelf natuurlijk niet. Onze hersenen zijn niet getraind om ons eigen gesnurk te horen. Weinig vragenlijsten richten zich op de bedpartner, die de lijsten correcter zou kunnen invullen. Al is die het gesnurk misschien al zo gewoon, dat die ook niet alles goed invult.”

Slaapapneu

Snurken zonder meer is vooral een sociaal issue. Om de geluidsoverlast voor je naasten te beperken, kan men de levensstijl onder de loep nemen. “Veel hangt af van de voeding, (over)gewicht, alcoholinname, vermoeidheid stresslevel en de positie waarin je ligt. Afvallen kan veel verschil maken, net als alcohol vermijden. Ook beweging helpt geweldig goed om vocht van in de benen beter af te voeren. Datzelfde vocht kan in liggende houding anders in de keel terechtkomen (fluid shift) en tot gesnurk leiden”, zegt Verbraecken.

“We zien dat apps soms apneus detecteren die er geen zijn”
Prof. Johan Verbraecken Slaaparts, coördinator UZA-slaapcentrum

“Een medisch snurk- of apneuprobleem ontdekken met behulp van een app is volgens de experts een ander verhaal, omdat zowel snurken als slaapapneu geen constanten zijn. We zien dat apps soms apneus – adempauzes tijdens het snurken – detecteren die er geen zijn. Zijn ze er wel, dan worden ze soms gemist. Bij meerdere van onze patiënten is op basis van appgebruik apneu gediagnosticeerd”. aldus Verbraecken.

De Mever voegt toe dat apps kunnen helpen om een mogelijk probleem aan de oppervlakte te brengen en te motiveren om er iets aan te doen. “SoundSleep, bijvoorbeeld, is gratis en vrij betrouwbaar. Verwacht nooit een diagnose louter een indicatie. Ervaar je bijkomende klachten, zoals een droge mond en/of dagvermoeidheid, dan is het altiid aanbevolen om naar een erkend slaapcentrum of NKO-arts te stappen. Elke Belg heeft recht op één slaapstudie per jaar. Deze is bijna volledig terugbetaald. De stap zetten om naar het ziekenhuis te gaan voor een slaaponderzoek, is voor veel mensen echter nog een drempel”, zegt De Meyer.

Van daverend tot draaglijk

De Meyer:
• 90 tot ongeveer 95 decibel: het ‘snurkrecord’, even luid als een grasmaaier.
• Vanaf 50 à 55 decibel: zone waarin mensen naast je gezondheidsproblemen kunnen ontwikkelen.
• Onder 45 decibel: veilig, maar sterk afhankelijk van geluidssensitiviteit van de bedpartner.

Aan snurkproblemen met medische achtergrond valt iets te doen. “Bij ontstekingen van de bovenste luchtweg kan een neusspray misschien al voldoende helpen. Bij snurken of lichte slaapapneu kan een op maat gemaakte mondbeugel soelaas bieden. Daarbij wordt de onderkaak naar voren geplaatst, waardoor de bovenste luchtpijp verbreedt. Bij ernstige apneu is een cpapmasker vaak de oplossing. In laatste instantie, wanneer een cpap of mondbeugel te weinig effect heeft, wordt chirurgie in overweging genomen. Mensen zonder slaapapneu kiezen soms ook voor een cpap, maar in hun geval is de behandeling niet terugbetaald”, besluit De Meyer.

Bron: Nieuwsblad

Op je buik, rug, linker- of rechterzij? Slaapexpert tipt: dit is de beste houding in bed

Wat is de beste positie om te slapen? En hoe erg is het om veel te draaien of midden in de nacht wakker te worden? We vragen het op deze Internationale dag van de slaap aan slaapfysiotherapeut Hidde Hulshof. „De slaapkwaliteit van Nederlanders is de afgelopen tien jaar verslechterd. Zowel mentaal als fysiek.”

Als fysiotherapeut zag Hulshof veel mensen in de praktijk met nek- en rugklachten door het slapen. „Het is het natuurlijk altijd gissen hoe iemands slaapgedrag is geweest.” Met de TU Delft ontwikkelde hij twaalf jaar geleden een SlaapID-sensor om dat te meten. Vervolgens deed hij samen met de VU in Amsterdam wetenschappelijk onderzoek en richtte hij afgelopen jaar het SlaapKennisCentrum op.

Slaap is een hot topic. Steeds meer mensen gebruiken wearables om hun slaap te evalueren. „Mensen willen gewoon weten of ze goed geslapen hebben”, zegt Hulshof. Het hele idee van slapen is volgens hem veranderd. „Vroeger dachten we: ’ik heb acht uur geslapen en dat is goed’. Nu kijken we naar de kwaliteit van de slaap, al is dit lastig betrouwbaar en valide te meten.”

Hulshof weet uit eigen onderzoek – 78.000 nachten aan data – en wetenschappelijke studies hoe lang de gemiddelde Nederlander in bed ligt. Zo’n acht uur lang, waarvan slechts dertien procent de hele nacht doorslaapt.

Van positie draaien doen we allemaal: gemiddeld veertig keer per nacht. Te veel bewegen kan volgens Hulshof overigens een signaal zijn dat het lichaam geen stabiele, comfortabele positie vindt.

 

Wat is de favoriete houding van Nederlanders in bed? En is dat wel de beste positie? Hulshof licht toe.

Rugslapers

Met stip op nummer 1 staat de rugslaper. Een optimale houding volgens de slaapfysio. „Al komt daar vaak nog gesnurk bij kijken.” Rugslapers bewegen volgens de fysio weinig tijdens de slaap, dus het nadeel kan zijn dat je wat stijver in rug en nek wakker wordt.

Zijslapers

Op de tweede plek staat de combinatie rug/zij en buik/zij. „De tussenpositie ofwel de wokkel”, zegt Hulshof. „Het is een belastende houding. Een langdurige tussenhouding geeft te veel druk op de wervelkolom waardoor je rugklachten kan krijgen.” Een ondersteunend kussen of een ’slaapmaatje’ kan helpen om stabiel op de zij te liggen.

Welke zijkant is het beste?

Sommigen liggen links op hun zij, sommigen rechts. Welke is het beste? Volgens de slaapfysio is er wetenschappelijk bewijs dat de rechterzijde de beste positie is. „Vooral voor mensen met refluxklachten. Ook de doorbloeding van het hart (dat links zit) komt aan de rechterkant beter tot zijn recht.”

Buikslapers

Slapers op de buik zijn in de minderheid. Daar zitten volgens Hulshof ook wel wat nadelen aan. „Soms is ademhalen lastiger door de druk op de longen. Het is ook een houding die de nek dwingt te roteren, vaak geeft dat druk in de lage onderrug. Lig je in de nacht langdurig op de buik dan word je stijf en kun je rugklachten hebben als je opstaat.”

Uit slaapgegevens blijkt overigens dat we naar mate we ouder worden, minder op de buik gaan slapen en meer in tussenhoudingen gaan slapen.

T-rex slapers

Dan zijn er ook nog de zogeheten T-rex slapers: met ingeknepen vuisten voor de borst. „Stress uit zich in de nacht”, zegt Hulshof. „Soms staat zelfs het hele lichaam op spanning. Kijk of je meer ontspannen naar bed kunt gaan; zorg dat je de dag goed afbouwt. Dat kan met ademhalingsoefeningen of door je gedachten op te schrijven om het brein te klaren.”

 

Top 5 klachten door het slapen

1.      Rugklachten

2.      Klimaat/transpiratieklachten

3.      Schouderklachten

4.      Snurken (vaker door mannen)

5.      Nekklachten

„Klimaatklachten worden vooral door vrouwen ervaren”, zegt Hulshof. Zij strubbelen in het leven vaak met hormonen, tijdens zwangerschap en de overgang. Daar wordt best weinig bekendheid aan gegeven.”

Het ideale dekbed neemt volgens de fysio vocht op en reguleert temperatuur. „Denk aan wol of kamelenhaar. Zorg voor katoen en zijde in het hoeslaken. Gebruik in ieder geval geen synthetische materialen.”

Matras-tip

Maak een ’slaapselfie’ terwijl je in zijligging op je huidige matras en hoofdkussen ligt. Een slaapfysio kan beoordelen of jouw ruggengraat goed recht is en adviseert over een matras en hoofdkussen. „Je mag in ieder geval niet doorzakken op je matras”, waarschuwt Hulshof.

Bron: Telegraaf

Knikkebollen achter je laptop? Slaapexpert geeft tips: zo pak je de perfecte nachtrust

Het ene moment nog schijnbaar klaarwakker, het volgende moment ver weg in dromenland. Als het goed is tenminste. Slaap blijft een bijzonder fenomeen. Maar hoe merk je dat je eigenlijk te weinig slaapt? Slaaptherapeut dr. Ingrid Verbeek zet de belangrijkste signalen op een rijtje.

Redacteur Vrij

Niet in kunnen slapen, te vroeg wakker worden, midden in de nacht liggen piekeren oftewel ’plafonddienst hebben’, het zijn bekende slaapproblemen waar bijna iedereen vroeg of laat weleens mee te maken krijgt. In Nederland zijn verschillende gespecialiseerde instituten, academische ziekenhuizen en onderzoekscentra actief op het gebied van slaap.

„Veel mensen zien slaap als een soort black box,” weet Ingrid Verbeek. De gepromoveerde slaaptherapeut werkt bij het Centrum voor Slaapgeneeskunde van expertisecentrum Kempenhaeghe en schreef onder andere het hulpboek Rustig Slapen.

„Als je gaat slapen ga je ’uit’ en word je wakker dan ga je weer ’aan’. Maar zo werkt het niet. De nacht is de spiegel van de dag: eventuele onrust neem je mee die nacht in en werkt negatief door in de kwaliteit van je slaap.”

’Je kunt je lichaam zien als een motor’

Je kunt dus heel goed die zogenaamd perfecte acht uur maken, maar toch overdag de aandrang hebben om in slaap te vallen. „Je kunt je lichaam zien als een motor. Heeft die motor de hele dag op volle snelheid gedraaid en is dus oververhit geraakt? Dan kun je niet verwachten dat je lichaam en geest van de ene op de andere minuut in de ideale slaapstand komen.”

Het gaat om balans. „Overdag regelmatig ontspannen en de motor even op een laag pitje zetten, zodat je goed door kunt glijden in de nacht en in je slaap.”

Verbeek plaatst kanttekens bij die ’perfecte acht uur’. „Dat is ooit bedacht door een industrieel die het handig vond een etmaal in drie parten te verdelen. Acht uur werken, acht uur slapen en acht uur andere activiteiten. In de praktijk bestrijkt een goede nachtrust gemiddeld een uur of zeven, waarvan de eerste vijf uur slaap het belangrijkst zijn.”

„De eerste vijf uur slaap zijn het belangrijkst”

Dr. Ingrid Verbeek
Gepromoveerd slaaptherapeut

Vooral jongere mensen ondervinden dan de diepste (drie) slaapcycli, de herstellende fases van de slaap. Ouderen, en de fysiologische veroudering begint al rond de 45, slapen ook gedurende deze eerste drie cycli minder diep en zijn dus gedurende de nacht sneller (even) wakker. „Slaappatronen veranderen met de leeftijd.”

Hoeveelheid nachtrust het best meten tijdens vakantie

Hoe kom je er eigenlijk achter wat een goede hoeveelheid nachtrust is? „Dat kun je het best meten tijdens een vakantie zonder veel actieve verplichtingen. In de tweede week, als je bent hersteld van eventuele stress en spanning, kijk je hoe laat je je slaperig voelt en ga je naar bed. Vervolgens check je hoe laat je vanzelf wakker wordt en hoeveel uur je erop hebt zitten.”

„Met een woordspeling op een vuurwerkcampagne zeg ik altijd: je bent een rund als je met je slaap stunt. Niet alleen slaperigheid overdag, maar ook weinig energie hebben, niet fris en fit zijn, prikkelbaarheid en concentratieproblemen zijn belangrijke signalen dat je niet genoeg slaap krijgt.”

Hoewel slechts weinigen in de vroege ochtend meteen fris en fruitig het bed uitspringen. Bijna iedereen moet even op gang komen: water drinken, even wat daglicht opnemen, ontbijten, wandelen met de hond. Ook dat is normaal, weet Verbeek. Mensen die stelselmatig te laat naar bed gaan, kunnen een slaaptekort opbouwen waarna ze in het weekend letterlijk bijslapen.

Met uitzondering van uitgesproken avondmensen is dit niet aan te raden, stelt de slaaptherapeut. Het ontbreken van een vast slaapritme (de tijden van naar bed gaan en opstaan) kan juist de oorzaak zijn van vermoeidheid.

Zorg voor ontspannen hoofd en lijf

Duur van de slaap, het slaapritme en het zorgen voor een ontspannen hoofd en lijf voor het naar bed gaan, zijn knoppen waaraan de therapeut als eerste draait bij slaapgebrek.

 “Pas daarna gaan we kijken naar medische oorzaken zoals apneu, die vervolgens moeten worden aangepakt. Buiten dat is het ook zo dat je jezelf een goede nachtrust moet gunnen. Slaap is geen black box maar een broodnodig herstel van lichaam en geest, waarop je zelf zeker invloed hebt. Heb je klachten, ga dan naar de huisarts en bekijk samen welke aanpak voor jou kan werken.”

Het belang van warme voeten

Nog een paar huis- tuin en keukentips van slaaptherapeut Ingrid Verbeek. „Heel simpel: zorg voor warme voeten. Met koude voeten kun je niet slapen. Niks mis met slaapsokken. Ga niet met een volle maag naar bed maar ook niet rammelend van de honger, neem dan een kleine eiwitrijke snack. Vermijd cafeïne en nicotine vanaf een uur of vijf voor je gaat slapen. Alcohol zorgt misschien dat je snel inslaapt maar de slaapkwaliteit gaat naar beneden. Geen slaapmutsjes nemen dus.”

Bron: Telegraaf

Angelique (47) heeft slaapapneu: ’Het is niet de meest sexy aandoening als je aan het daten bent’

Slapen als een roos is voor Angelique Pruijssen (47) niet vanzelfsprekend. Ze lijdt aan slaapapneu, een slaapstoornis waardoor ze ’s nachts regelmatig stopt met ademen. Angelique woont samen met haar twee dochters.
48 minuten geleden
Ik ontdekte dat ik apneu heb…

„In 2016, doordat het mijn toenmalige partner opviel dat ik ’s nachts regelmatig stopte met ademen. Daarnaast had ik andere klachten, zoals chronische vermoeidheid, hoofdpijn, rusteloze benen, kramp in mijn voeten en heel erg tandenknarsen, maar dit alles was niet direct aan elkaar te linken. Na een slaaponderzoek bleek dat ik inderdaad slaapapneu heb: na een korte ademstop krijg je een schrikreactie, omdat je lucht tekortkomt. Vaak ben je je er zelf niet bewust van, en slaap je daarna weer verder.”

Een oplossing…

„Is er nog niet. Bij een septumcorrectie is het tussenschot van mijn neus rechtgezet. Dat bleek niets te doen. Daarna kreeg ik een CPAP-masker (dit houdt de luchtwegen open en blaast lucht naar binnen, red.), maar dat was niet goed op mij afgestemd, waardoor ik er niet mee kon slapen. Toevallig heb ik net weer een nieuw slaaponderzoek gehad, ik hoop dat daar een goed behandelplan uit voorkomt. Al is het alleen al om weer ongehinderd leuke dingen te kunnen doen, zonder last te hebben van continue moeheid.”

„In de zin dat ik veel sneller moe ben dan andere mensen. Dat kan op sociaal vlak een probleem zijn. Als anderen op stap gaan, lig ik meestal al op bed. Ik ben ook heel erg aangekomen, zonder dat ik iets veranderde aan mijn eet- of bewegingspatroon. De artsen hebben een sterk vermoeden dat het met mijn apneu te maken had, want dit kan zorgen voor veranderingen in je hormoonhuishouding. Omdat sporten en diëten niet hielpen om terug op gewicht te komen, ben ik in mei met hulp van de huisarts gestart met een afvalmedicijn. Inmiddels ben ik negen kilo kwijt! Dit gewichtsverlies heeft ook een positief effect op het aantal apneus.”

Schaamte…

„Komt er ook bij kijken. Mijn gebit is heel slecht door het extreme knarsen; ik sta nu zelfs op de wachtlijst voor bijzondere tandheelkunde. Ik slaap niet graag met iemand samen, omdat ik altijd bang ben dat ik de ander tot last ben. Ook in een tentje of op een slaapzaal ga ik niet snel liggen. En het is niet de meest sexy aandoening, iets wat je meteen vertelt als je met iemand aan het daten bent. Gelukkig heb ik nog nooit meegemaakt dat een man daarop afknapte, wat dat betreft heb ik geen negatieve ervaringen gehad. Maar het is natuurlijk wel schrikken als degene naast je ineens stopt met ademhalen.”

„Wordt slaapapneu veel te weinig gediagnosticeerd. De klachten zijn vaak veel vager dan bij mannen, bij wie je het bijvoorbeeld sneller merkt aan hard snurken. Vrouwen worden veel vaker zonder diagnose naar huis gestuurd of krijgen van de huisarts te horen: ’Het zal de overgang wel zijn.’ Als vrijwilliger van de ApneuVereniging vind ik het heel erg belangrijk dat juist vrouwen meer aandacht krijgen, want ze blijven veel langer met klachten rondlopen dan nodig is. En dat kan gevaarlijk zijn; het kan leiden tot onder andere hart- en vaataandoeningen, de ziekte van Parkinson en diabetes type 2. Huisartsen kunnen vrij makkelijk screenen op apneu, dus ik hoop dat ze vrouwen hierin serieuzer gaan nemen.”

Bron: Telegraaf

Afvallen lastig? ’Nachtje te weinig slapen leidt dag erna tot 500 kilocalorieën extra eten’

In de rubriek Spreekuur beantwoorden specialisten vragen van lezers. Dit keer: ’Waarom val ik niet af, terwijl ik toch echt op mijn eten let?’ Slaapexpert Floris Wouterson geeft antwoord.

Die vraag hoor ik vaak. Het verrassende antwoord: misschien niet omdat je verkeerd eet, maar omdat je verkeerd… slaapt.

Want zodra je minder dan zeven uur per nacht slaapt, gaat je brein met je aan de haal. Het verzadigingshormoon leptine daalt, terwijl het hongerstimulerende ghreline omhoogschiet zelfs met wel 28 procent. Gevolg: meer trek, en vooral trek in het verkeerde.

Onderzoekers lieten zien dat mensen die te weinig slapen, de volgende dag zo’n 300 tot 500 kilocalorieën extra eten. En nee, dat is niet in de vorm van broccoli of zalm. Denk eerder aan chips, pizza en chocolade. Eén deelnemer uit een Amerikaans slaaponderzoek grapte zelfs dat hij het gevoel had dat hij „de hele koelkast wilde leegschrapen”.

Natuurlijke hongerrem

En er is nog iets nieuws ontdekt. In 2025 beschreven wetenschappers een hormoon met de naam raptin. Dat stofje wordt alleen aangemaakt tijdens diepe slaap en werkt als een natuurlijke hongerrem. Slaap je te kort, dan verdwijnt die rem en verandert je brein in een saboteur.

„Vooral vrouwen en mensen met overgewicht bleken extra gevoelig”

Ook Europese onderzoekers zagen het effect. Na één nacht zonder slaap daalde bij deelnemers hun verzadigingshormoon, terwijl hongerstimulerende stoffen juist stegen. Vooral vrouwen en mensen met overgewicht bleken extra gevoelig: hun trek in snacks werd nog groter.

Slaaptekort stapelt op

Wat veel mensen niet weten: zelfs kleine beetjes slaaptekort stapelen zich op. Vier avonden ’maar’ een uurtje later naar bed is praktisch gelijk aan één nacht helemaal niet slapen. En laat dat nou precies zijn wat er in de vakantie vaak gebeurt: lange avonden op het terras, uitslapen en een rommelig ritme. Heerlijk natuurlijk, maar je lichaam betaalt wel de rekening in de vorm van extra trek en die beruchte vakantiekilo’s.

Dus misschien is het geen gebrek aan discipline, maar gewoon een gebrek aan slaap dat de weegschaal tegenwerkt.

Mijn tip? Kijk niet alleen naar je bord, maar óók naar je bed. Want hoe beter je slaapt, hoe makkelijker het is om gezond te eten. En eerlijk: een uurtje langer slapen klinkt toch een stuk aantrekkelijker dan na de zomer krampachtig proberen die vakantiekilo’s er weer af te krijgen.

Bron: Floris Wouterson | Telegraaf

Nieuw onderzoek toont aan: deze sport bezorgt je de beste nachtrust

Onderzoekers van de Harbin Sports University hebben nieuw onderzoek gedaan naar welke sporten de beste invloed hebben op je slaap. Hoewel al langer bekend is dat lichaamsbeweging bijdraagt aan een goede nachtrust, was nog weinig bekend over welke sporten daar het meest effectief voor zijn.

De Chinese onderzoekers analyseerden 30 studies met in totaal 2500 deelnemers en concludeerden dat intensieve yoga de beste resultaten oplevert voor een goede nachtrust. Volgens het onderzoek is dit effect het grootst bij slechts twee korte sessies per week, van maximaal 30 minuten. Na acht tot tien weken regelmatige beoefening zou je al een merkbaar verschil moeten ervaren.

Met ’intensieve yoga’ doelen de onderzoekers op een hogere intensiteit, meer krachtoefeningen en een sterker cardio-effect dan bij reguliere yoga. Dit lijkt de meest effectieve manier om de slaapkwaliteit bij mensen met slaapstoornissen te verbeteren. Naast yoga kan ook een combinatie van een wandeling gevolgd door krachttraining een goede optie zijn om makkelijker in slaap te vallen.

Waarom yoga?

Het onderzoek kan nog niet precies verklaren waarom yoga de slaap bevordert. Wel trainen yogasessies niet alleen het lichaam, maar ook de ademhaling, wat het parasympathische zenuwstelsel kan activeren. Dat is het deel van het zenuwstelsel dat hartslag en spijsvertering tijdens rust regelt.

Ondanks de veelbelovende resultaten benadrukken de onderzoekers dat de bevindingen met voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. Het aantal studies is beperkt en de onderzochte groepen hebben specifieke kenmerken. Er is volgens hen daarom meer onderzoek nodig om de betrouwbaarheid en volledigheid van de conclusies te versterken.

Bron: Tara van Geldorp | Telegraaf

Daphne slaapt al tien jaar niet meer door en komt in slaaplaboratorium tot ontdekking: ’Geen wonder dat ik doodmoe wakker word’

We piekeren, draaien, turen naar het plafond en worden de volgende ochtend gebroken wakker. Terwijl slaap cruciaal voor onze gezondheid is, lukt het miljoenen Nederlanders niet om voldoende diepe rust te vinden. Wetenschappers onderzoeken hoe technologie ons brein kan helpen. Onze slecht slapende verslaggever onderging een experiment. „Wat is er mis met mijn slaappatroon?”

Op een doordeweekse avond laat ik me in een wit klinisch bed zakken met een batterij aan elektroden op mijn hoofd en een team onderzoekers dat me de hele nacht nauwlettend in de gaten houdt. Sexy is anders met die gekke badmuts op en ik voel me een beetje bespied, maar we hebben wat over voor de wetenschap én het vooruitzicht op eindelijk een goede nachtrust.

Ik ben inmiddels zo vertrouwd met het plafond boven mijn bed dat ik mijn doorwaakte nachten schertsend ’plafonddienst’ noem. Terwijl diepe slaap, leer ik, de heilige graal van de nacht is. De enige fase waarin je lichaam echt herstelt, je brein schoonmaakt en je spieren ontspannen.

Slapeloosheid is de nieuwe pandemie en ik wil weten wat er in hemelsnaam misgaat onder mijn schedeldak zodra ik mijn ogen sluit. Het maakt me de ideale kandidaat voor een nachtje in een laboratorium van de Universiteit van Amsterdam, omgeven door elektroden, kabeltjes en computers. Om zo een veelbelovende nieuwe technologie te testen die diepe slaap moet verbeteren. Welkom in het slaaplab, in de wereld van Deep Sleep Technologies waar slapen hightech wordt.

Meer dan een derde van de bevolking slaapt slecht

Omdat ik al tien jaar niet meer fatsoenlijk slaap, sta ik open voor alles waardoor ik eerder in dromenland beland. Ik ben zeker niet de enige slechte slaper. Meer dan een derde van de bevolking slaapt belabberd, met alle gevolgen van dien: verminderde concentratie, stress, hartklachten, mentale problemen.

„Slaap is geen luxe, het is een basisbehoefte”, benadrukt hersenwetenschapper dr. Lucia Talamini, oprichter van Deep Sleep Technologies „Als we die met technologie kunnen verbeteren, dan moeten we dat doen.”

In het knusse slaapkamertje van het Sleep & Memory Lab van de UvA dat aan een kruising tussen een studentenkamer en een ruimteschip doet denken, word ik aangesloten op een EEG-badmuts, oog- en spiersensors én een slimme hoofdband.

Deze band, het paradepaardje van Deep Sleep Technologies, monitort hersengolven en geeft op precies het juiste moment een subtiel geluidssignaal af. Een soort vriendelijke ’ping’ voor je brein, je hoort ’m niet, maar je hersengolven worden er dusdanig mee aangejaagd dat je dieper gaat slapen.

Ik ben een gefragmenteerde slaper

Volgens onderzoeker Talamini is dit precies waar ze naartoe werken. „We ontwikkelen technologie die slaap daadwerkelijk verdiept. Niet met pillen, maar door hersenactiviteit te volgen en op het juiste moment zachtjes te stimuleren.”

Volgens de expert die na afloop mijn hersengolven op een scherm fileert, ben ik een ’gefragmenteerde’ slaper. Zoals een kapotte disco-lamp: flikkerend en vooral niet rustgevend. „Inslapen? Duurt bij jou een uur”, ziet ze op de monitor. Dat komt waarschijnlijk ook omdat ik in het lab in een vreemde omgeving ben en ik daarom meer op mijn hoede ben. Maar zelfs in mijn eigen bed slaap ik niet gemakkelijk in en schrik ik op rare tijden wakker.

Koekeloeren op Instagram

Wat niet helpt: het chronisch negeren van de natuurlijke aanmaak van melatonine door laat achter een scherm door te werken, een serie te bingen of in bed nog op Instagram te koekeloeren.

„Melatonine is geen slaaphormoon, maar een signaalhormoon”, hoor ik. „Het vertelt je lichaam dat het tijd is om naar bed te gaan. Als je dat negeert door bijvoorbeeld tot middernacht op je telefoon te scrollen, dan mist je brein het signaal en dan kun je hele slaapfases overslaan.”

Mijn brein, zo blijkt uit het rapport, probeert alsnog die diepe slaap in te halen aan het eind van de nacht. Alsof je om vijf minuten voor sluitingstijd nog even de hele supermarkt wil leegkopen… Geen wonder dat ik doodmoe wakker word.

Mijn lijf werkt niet mee

Er zijn spindels, K-complexen, delta-golven en REM-blokken; ik raak steeds meer onder de indruk van de nacht als biologisch orkest. „Slaap is geen passief proces”, zegt de expert. „Het is topsport.”

Mijn hersenen, blijkt uit de grafieken, doen hun best, maar mijn lijf werkt niet mee. In het lab stap ik in de morgen alsnog uitgerust onder de douche, ik heb maar een paar uurtjes geslapen, maar voel me minder moe dan normaal. Kennelijk heeft de stimulatie van de slaapgolven effect gehad. Ik heb de dag erna een productieve dag op het werk, zonder het gebruikelijke gevoel van vermoeidheid.

Apparaten voor thuis

Het ultieme doel van Deep Sleep is de technologie integreren in draagbare apparaten die je thuis kunt gebruiken, zoals slaaptrackers en slimme hoofdbanden. Daartoe voeren de slaapprofessoren al veelbelovende gesprekken met diverse commerciële partijen.

De eerste toepassingen verwachten de makers rond 2026. „We willen miljoenen mensen wereldwijd toegang tot deze technologie geven”, legt dr. Talamini uit. „Dat je niet naar een slaapkliniek hoeft, maar gewoon thuis in je eigen bed je nachtrust kunt verbeteren.”

Geen kristallen onder kussen

Biohacking, maar wel wetenschappelijk onderbouwd. Geen kristallen onder je kussen, maar door slimme technologie op je hoofd. Misschien liggen we over een paar jaar allemaal met zo’n hoofdband op in bed. Niet sexy, maar wel efficiënt.

Nu we toch in de toekomst kijken, heb ik ook een dna-analyse laten doen via slaapexpert/schrijver Floris Wouterson (van het boek Superslapen) waarin wordt gekeken naar genetische varianten die iets zeggen over mijn gevoeligheid voor factoren die slaap beïnvloeden. Je dna geeft een indicatie, het zegt iets over je aanleg, maar niet per se wat er in de praktijk gebeurt. Je leefstijl, voeding, stressniveau en gewoontes blijken minstens een zo grote rol te spelen.

Gevoelig voor cafeïne

Genen kunnen aangeven of je gevoeliger bent voor cafeïne, suiker, alcohol of koolhydraten. Ik blijk cafeïne (en suiker) maar lastig te kunnen afbreken. Na 12 uur ’s middags kan ik beter stoppen met koffie en overstappen op kruidenthee. Ook wordt aangeraden in de avond een voorzetbrilletje op te doen dat blauw licht filtert.

Verder heb ik een trage aanmaak van vitamine D via de huid. Aangeraden wordt bij te slikken en zeker vaker buiten te lopen. Ik moet stoppen met mijn slaappillen, daar is geen enkele deskundige fan van, merk ik tijdens dit onderzoek.

Gelukkig valt er iets aan te doen

Zo begint mijn slaaptraining. Brilletje op bij het scherm, wandelingen en elke week tien minuten eerder naar bed. Het is redelijk te behappen en heeft een gunstig effect. Voorlopig ben ik steeds niet de ideale slaper. Maar er valt gelukkig iets aan te doen. Stoppen met slaappillen lukt ook nog met een beetje wilskracht. Weg met de halfbakken doezelpartijtjes met een hoofd vol to-do-lijsten, óp naar slaap die herstelt en oplaadt.

Bron: Telegraaf

Structureel wakker liggen kost de economie miljarden per jaar

Met de hitte in Nederland zullen veel mensen de afgelopen nachten slecht hebben geslapen. Maar 1,4 miljoen volwassenen doen vaker amper een oog dicht ’s nachts. Lange tijd slecht slapen kan voor mensen tot problemen leiden op het werk. In totaal kost dat de economie jaarlijks bijna 3 miljard euro, heeft SEO Economisch Onderzoek becijferd op basis van diagnoses door huisartsen en cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Duidelijk was al dat mensen die over een langere periode ’s nachts niet kunnen slapen, door vermoeidheid en mentale problemen steeds minder gaan presteren op hun werk. Het aantal mensen met slaapgebrek groeit door onder meer veel schermgebruik, zo meldde het RIVM enkele jaren terug al.

Nu keken de SEO-onderzoekers naar de gevolgen hiervan voor het salaris van die mensen. En die zijn aanzienlijk.

800 euro minder loon

Volwassenen die last krijgen van slapeloosheid en minder gaan presteren op het werk, door bijvoorbeeld steeds vaker uit te vallen, verdienen elk jaar 800 euro bruto minder. Met 1,4 miljoen mensen met slapeloosheid loopt de economische schade hiermee snel op tot ongeveer 1,1 miljard euro.

De economie loopt bovendien jaarlijks 45.000 euro mis als iemand die langdurig de slaap niet kan vatten in een uitkering terechtkomt. Bij elkaar hebben 36.000 mensen die aan slapeloosheid lijden een uitkering, met een verloren arbeidsproductie van 1,6 miljard euro als gevolg.

Samen met de 1,1 miljard euro aan verloren arbeidsproductie van mensen met slapeloosheid die nog wel werken, vervliegt zo jaarlijks 2,7 miljard euro.

Behandeling niet vergoed

Het valt onderzoeker Wouter Vermeulen op dat de kosten om mensen met slapeloosheid te helpen veel lager zijn dan het verlies aan arbeidsproductie: “Er is een effectieve behandeling voor slapeloosheid bij ggz-instellingen. Via het Zorginstituut kwamen we op prijzen van zo’n 600 euro per behandeling. Als een volwassene dan weer volledig aan het werk kan, levert dit gemiddeld 1900 euro aan arbeidsmarktbaten op.”

Toch worden behandelingen tegen slapeloosheid niet vergoed in de basisverzekering. “Je kunt je afvragen of dit wel zo verstandig is”, zegt Vermeulen. “Mensen krijgen vooral medicijnen, terwijl er een effectievere manier met psychologische hulp is.”

Apneupatiënten niet meegenomen

Bij het onderzoek zijn de ongeveer 600.000 mensen die lijden aan de slaapaandoening apneu buiten beschouwing gelaten. “Wij hebben alleen gekeken naar de economische gevolgen met mensen die lijden aan slapeloosheid zonder fysieke oorzaak”, zegt Vermeulen.

Het economische slaapprobleem is daarmee in de praktijk dus nog groter, concludeert hij: “Bij die apneupatiënten kom je voor de effecten op arbeidsdeelname op een vergelijkbare omvang als bij mensen die lijden aan de stoornis slapeloosheid.”

Bron: Ruben Eg | NOS

De andere kant van de MRA snurkbeugel: effectiviteit en bijwerkingen belicht

Veel mensen die kampen met snurken of obstructieve slaapapneu (OSA) krijgen een Mandibulair Repositie Apparaat (MRA) voorgeschreven. Deze beugel, die ’s nachts wordt gedragen, schuift de onderkaak licht naar voren en voorkomt zo dat de luchtweg geblokkeerd raakt. Hoewel de MRA effectief is in het verminderen van snurken en apneus, is het belangrijk om ook stil te staan bij de mogelijke bijwerkingen.

Wat zegt de wetenschap over bijwerkingen van MRA-beugels?

Uit meerdere wetenschappelijke studies blijkt dat het gebruik van een MRA niet zonder risico is. Een Nederlandse studie met 318 patiënten laat zien dat ruim de helft (54,4%) van de gebruikers bijwerkingen ervaart. Klachten aan het kaakgewricht, ook wel temporomandibulaire disfunctie (TMD) genoemd, kwamen het meest voor (27%). Opvallend is dat bijna een kwart van de deelnemers (23,3%) stopte met de behandeling vanwege ongemakken of onvoldoende effect.

Daarnaast tonen langdurige studies aan dat MRA-gebruik structurele veranderingen in het gebit kan veroorzaken. Een meta-analyse van 21 studies bevestigt dat langdurig dragen van de beugel kan leiden tot vermindering van overjet (de horizontale afstand tussen boven- en ondertanden), veranderingen in de beet, en verschuiving van snijtanden. Hoe langer iemand de MRA gebruikt, hoe groter deze veranderingen blijken te zijn.

Milde maar blijvende effecten op kaak en gezicht

Hoewel veel veranderingen subtiel zijn, zijn ze in sommige gevallen blijvend. Een studie die patiënten drie jaar volgde, vond bijvoorbeeld milde maar meetbare veranderingen in de functie van het kaakgewricht en het gezichtsskelet. Radiologisch onderzoek liet geen ernstige afwijkingen zien, maar patiënten gaven wel aan verschil te merken in hun kauwfunctie of beet.

Technische complicaties en ongemakken

Behalve lichamelijke bijwerkingen, zijn er ook technische complicaties. Een vijfjarige studie toonde aan dat patiënten gemiddeld 2,5 keer per jaar terug moesten naar de tandarts of specialist voor onverwachte aanpassingen of reparaties aan de beugel. Veelvoorkomende problemen waren breuk van het apparaat of ongemak bij het dragen.

Conclusie: afwegen van baten en risico’s

De MRA-snurkbeugel is een bewezen effectieve therapie voor veel mensen met snurkproblemen of milde tot matige OSA. Toch is het belangrijk om bij het starten van deze behandeling bewust te zijn van de mogelijke bijwerkingen. Een goede voorlichting, nauwkeurige aanpassing van de beugel, en regelmatige controles bij een specialist zijn essentieel om klachten te voorkomen of tijdig te verhelpen.

Voor wie hinderlijke bijwerkingen ervaart of een alternatief zoekt, zijn er andere behandelopties zoals de SnörEx® snurkbeugel, die werkt volgens een ander principe (tongstabilisatie in plaats van kaakverplaatsing) en minder druk op kaakgewricht en tanden uitoefent. Laat je altijd goed informeren door een deskundige wat voor jouw situatie het beste past.